Protocol vervoer leerlingen

In de Verkeerswetgeving zijn veel artikelen te vinden over het vervoer van kinderen. De regels voor het vervoeren van kinderen in de auto worden met ingang van 1 januari 2006 strenger. De basisregel wordt dat alle kinderen kleiner dan 1, 35 meter met een maximaal gewicht van 36 kilo zowel voorin als achter een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of een zittingverhoger moeten gebruiken.

Aanscherping mei 2008

In mei 2008 wordt de wetgeving nog verder aangescherpt. ANWB Rechtshulp heeft de regels over vervoer van kinderen overzichtelijk in een Rechtshulpwijzer gezet.

Wetgeving met ingang van begin 2006

De basisregel wordt dat alle kinderen kleiner dan 1,35 meter zowel voorin als achter een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger moeten gebruiken. Anderen moeten de veiligheidsgordel gebruiken.

Aanvullende regelgeving:

• Een driepuntsgordel als heupgordel gebruiken mag niet meer. Ook gordelgeleiders mogen niet ge-bruikt worden, behalve voor kinderen die kleiner zijn dan 1,50 meter voor wie geen zittingverhoger te krijgen is omdat ze te zwaar (>36 kilo) zijn. De gordelgeleider moet goed door het oog van de naald kunnen bewegen.
• Op de plaats waar een airbag zit, mogen geen kinderen vervoerd worden in een autostoeltje dat tegen de rijrichting in moet worden geplaatst, tenzij de airbag is uitgeschakeld.

Uitzonderingen:

• Als niet alle zitplaatsen op de achterbank voorzien zijn van een autogordel, mogen passagiers groter dan 1,35 meter los op de achterbank vervoerd worden, zolang de aanwezige gordels maar worden gebruikt. Vanaf mei 2008 mogen er niet mťťr passagiers vervoerd worden dan er gor-dels beschikbaar zijn.
• In auto’s zonder gordels mogen kinderen jonger dan 3 jaar niet vervoerd worden. Kinderen vanaf 3 jaar en korter dan 1,35 meter mogen alleen achterin.
• Als er al twee kinderbeveiligingsmiddelen op de achterbank in gebruik zijn en een derde past niet meer, dan mag een derde kind wel mee op de achterbank mits het 3 jaar is en in de gordel zit.
• In incidentele gevallen als er geen kinderbeveiligingsmiddel beschikbaar is, het niet de auto van de eigen (pleeg)ouders is en niet de eigen(pleeg)ouder achter het stuur zit, mogen kinderen vanaf 3 jaar in de gordel op de achterbank vervoerd worden in plaats van met een kinderbeveiligingsmiddel. Voorwaarde is dat het slechts om een korte afstand gaat.
• In bussen moeten passagiers ouder dan 3 jaar de gordel gebruiken. Kinderen tot 3 jaar mogen los vervoerd worden. Voor stads- en streekvervoer gelden andere regels.

De veiligheid

Bovenstaande regels garanderen nog geen optimale veiligheid. Daarom hierbij ook nog een aantal tips.
• Ouders die de kinderen met de auto naar school brengen, moeten goed letten op de veiligheid van de kinderen die lopend of fietsend komen, dus niet op de stoep parkeren en fietsende en lopende kinderen voldoende ruimte geven. Parkeer liever op enige afstand en begeleid de kinderen lopend naar school.
• Leer kinderen aan de kant van de stoep uit de auto te stappen.
• Achterin de auto mogen tot mei 2008 meer kinderen groter dan 1,35 meter worden vervoerd dan er gordels aanwezig zijn. De aanwezige gordels moeten dan gebruikt worden. Hoewel er in dat geval passagiers los mogen zitten is het natuurlijk niet veilig.
• Bestuurders van auto’s met airbags adviseren wij in het instructieboekje te lezen welke zitplaatsen op welke wijze gebruikt kunnen worden door kinderen. Op een plaats waar een airbag zit, mogen in elk geval geen kinderen vervoerd worden in een autostoeltje dat tegen de rijrichting in moet worden geplaatst tenzij de airbag is uitgeschakeld.
• Laat kinderen pas zelfstandig fietsen als zij beschikken over voldoende fietsvaardigheid en verkeerskennis.
• Laadruimte van de auto: het is verboden personen te vervoeren in de laadruimte van de auto.
• Aanhanger: vervoer in of op een aanhanger achter een auto mag niet.

Indien er onverhoopt toch een ongeval gebeurt dan kan ANWB Rechtshulp u bijstaan bij het verhalen van uw schade. Voor vra-gen over letsel opgelopen in het verkeer kunt u contact opnemen met de ANWB Verkeersslachtofferlijn (tel. 070 – 314 7766 of vsl@anwb.nl). Voor overige vragen kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met ANWB Rechtshulp (tel. 070 – 314 7788 of jurinfo@anwb.nl).

NB: De wetgeving met ingang van 2006 is gebaseerd op informatie die bekend is op 18 november 2005. De wettekst is nog niet gepubliceerd in de Staatscourant en er zouden nog kleine wijzigingen kunnen optreden. Op www.anwb.nl > Over ANWB > Hulpverlening > Rechtshulp houden we u op de hoogte.

Afspraken op schoolniveau:

- aan ouders wordt gevraagd om zoveel mogelijk gebruik te maken van zittingverhogers
- ouders worden gewezen op de afspraken voor veilig vervoer van kinderen (zie pagina 2)
- bij een ongeval door overmacht (klapband) of bij een ongeval door schuld (rijden door rood licht) zal de WA-verzekering van de bestuurder overgaan tot een uitkering van de schade, ook als er derden bij zijn betrokken. Dit heeft echter wel gevolgen voor de no-claim premie.
- ouders worden attent gemaakt op het vrijwillig afsluiten van een verzekering voor inzittenden.
Er zijn op dit moment twee verzekeringsvormen: een Ongevallen Verzekering voor Inzittenden (OVI) en een Schadeverzekering Voor Inzittenden (SVI)
- Ongevallen Verzekering voor Inzittenden (OVI): Na een ongeval wordt in de meeste gevallen vrijwel direct de verzekeringsmaatschappij ingeschakeld. Het financiŽle vervolg hangt af van de wijze waarop de ouder verzekerd is. Bij een OVI ontvangt u uitsluitend een bedrag als de inzitten-de als gevolg van het ongeval invalide raakt of overlijdt. De hoogte van deze uitkering is vooraf vastgesteld. Deze verzekering houdt dus geen rekening met de werkelijk geleden schade. Daar staat tegenover dat de jaarpremie van zo’n 20 euro zeer gering is.
- Schadeverzekering Voor Inzittenden (SVI): Omdat de verzekeringsuitkering op basis van de OVI de werkelijke schade niet of nauwelijks benadert, is de SVI een betere keuze. Deze verzekering vergoedt namelijk de werkelijk geleden letsel- of overlijdensschade van een inzittende. Daar-naast vergoedt de SVI smartengeld, de kosten voor een aangepaste woning, ziektekosten en inkomensschade. De verzekeringspremie voor een SVI bedraagt ongeveer 40 euro per jaar. Hiermee bent u verzekerd tot een maximaal bedrag van 1 miljoen euro per gebeurtenis.
- de WA-verzekering van de school voor personeel en vrijwilligers heeft een uitsluiting van schade met motorvoertuigen en vergoedt dus geen schade aan de auto.

Ongevallen kunt u er helaas niet mee voorkomen, maar als het u overkomt, bent u er zeker van dat u financieel goed wordt opgevangen.

Tenslotte geven we nog een opsomming van een aantal wettelijke regels betreffende het vervoer van kinderen zoals deze zijn opgenomen in ANWB rechtshulp.

De wet

• Algemeen: in de Wegenverkeerswet staat nadrukkelijk dat je onder alle omstandigheden het andere verkeer niet in gevaar mag brengen.
• Lopend: voetgangers moeten gebruik maken van het trottoir of het voetpad. Voetgangers gebruiken het fietspad of fiets-/ bromfietspad als er geen trottoir of voetpad is. Is er ook geen fietspad of fiets-/ brom-fietspad, dan moeten voetgangers de wegberm gebruiken of de uiterste zijde van de rijbaan.
• Skaters, skeelers, steppers en rolschaatsers vallen onder de regels van voetgangers. Met het oog op de snelheidsverschillen is hier het algemene artikel het overige verkeer niet in gevaar te brengen erg belangrijk.
• Per fiets: de fietser moet gebruik maken van het fietspad of fiets-/bromfietspad indien dit aanwezig is en anders moet aan de meest rechter zijde van de weg gefietst worden. Natuurlijk moet de fiets aan de veiligheidseisen voldoen. Fietsers mogen met zijn tweeŽn naast elkaar fietsen mits zij het overige verkeer niet in gevaar brengen.
• Fietsverlichting: fietsen moeten voorzien zijn van een niet-driehoekige rode reflector aan de achterkant, witte of gele retroreflectoren aan de wielen en vier ambergele of gele retroreflectoren aan de trappers. Bij slecht weer waarbij het zicht wordt belemmerd en als het donker is, moeten fietsers voor- en achterlicht voeren.
• Achterop de fiets: kinderen beneden de acht jaar mogen alleen achterop de fiets vervoerd worden als ze zitten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor de rug, handen en voeten.
• Fietsaanhanger: deze aanhangers mogen niet meer dan 1 meter breed zijn en ze moeten voorzien zijn van reflectoren.
• Achterop de bromfiets: ook hier moeten kinderen onder de acht jaar een doelmatige en veilige zitplaats hebben met voldoende steun voor de rug, handen en voeten. Bovendien moeten ook passa-giers een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd. De helm moet zijn voorzien van een goedkeuringsmerk. Vervoer in de laadbak van een bromfiets mag niet en ook niet in of op een aanhanger.
• Achterop de snorfiets: hiervoor gelden dezelfde regels als op de fiets. Een helm is niet verplicht.


Jan van Schengenschool
Mr. Dr. Meslaan 8
4451 AK Heinkenszand

info@janvanschengen.nl
0113 - 562172
0113 - 567772

© Jan van Schengen 2000-2015